Een toekomstbestendig energiesysteem vraagt óók om warmte

De plannen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd, maken opnieuw duidelijk hoe groot de opgave voor het Nederlandse energiesysteem is. Investeringen in duurzame energie gaan door, terwijl netcongestie en de beschikbaarheid van energie-infrastructuur steeds nadrukkelijker bepalend worden voor economische ontwikkeling en verduurzaming. In die opgave verdient duurzame warmte een belangrijke plek.
Investeren in een duurzaam energiesysteem
Het kabinet stelt in 2027 €6 miljard beschikbaar voor subsidies gericht op energiezekerheid en verduurzaming voor bedrijven en huishoudens. Daarvan is € 1,6 miljard bestemd voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE), waarmee investeringen in hernieuwbare energie en CO₂-reductie worden ondersteund. Tegelijkertijd blijft de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet een belangrijk aandachtspunt. Het kabinet investeert in uitbreiding van de energie-infrastructuur en trekt extra middelen uit om de aanpak van het volle stroomnet ook in andere kritieke regio's toe te passen. De energietransitie vraagt echter om meer dan uitbreiding en slimmer gebruik van het elektriciteitsnet alleen.
Warmte als onderdeel van de energie-infrastructuur
Een belangrijk deel van de Nederlandse energievraag bestaat uit warmte. Voor woningen, glastuinbouw en industrie kan die warmte op verschillende manieren worden verduurzaamd. Geothermie is daar één van. Door warmte uit de diepe ondergrond te benutten, kan lokaal en continu duurzame warmte worden geproduceerd. Anders dan bij veel andere duurzame energiebronnen is de productie daarbij niet afhankelijk van zon of wind. Maar een duurzame warmtebron alleen is niet voldoende. Om warmte daadwerkelijk bij woningen en bedrijven te krijgen, moet de hele keten functioneren. Dat betekent dat bronontwikkeling, warmte-infrastructuur, afname, financiering en vergunningverlening in samenhang moeten worden georganiseerd.
Verder kijken dan elektriciteit
Juist nu de druk op het elektriciteitsnet groot is, wordt het steeds belangrijker om het energiesysteem integraal te bekijken. Niet iedere energievraag hoeft immers met elektriciteit te worden ingevuld. Collectieve warmtesystemen en duurzame warmtebronnen kunnen onderdeel zijn van een energiesysteem waarin verschillende energiedragers elkaar aanvullen. Het kabinet zet ook in op verdere ontwikkeling van warmtenetten, onder meer vanuit de relatie met netcongestie. Dat vraagt niet alleen om investeringen in bronnen, maar ook om de infrastructuur die nodig is om duurzame warmte op grotere schaal beschikbaar te maken.
Van ontwikkeling naar realisatie
Bij Gaia Energy zien we in de praktijk wat daarvoor nodig is. In verschillende regio's werken we samen met publieke en private partijen aan de ontwikkeling van geothermie en duurzame warmtesystemen. In Delft wordt aardwarmte inmiddels ingezet voor de warmtevoorziening van de TU Delft-campus en delen van de stad. In Oostland werken we aan verdere uitbreiding van aardwarmteproductie en de bijbehorende warmte-infrastructuur voor de glastuinbouw. En in de regio Rotterdam wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe geothermieprojecten voor onder andere de gebouwde omgeving en industrie. De projecten verschillen in schaal, omgeving en afnemers, maar hebben één ding gemeen: de warmtetransitie komt alleen tot stand wanneer techniek, infrastructuur, financiering, regelgeving en samenwerking bij elkaar worden gebracht.
De warmtetransitie vraagt om samenhang
De Prinsjesdagplannen voor 2027 laten zien dat er opnieuw wordt geïnvesteerd in verduurzaming en energie-infrastructuur. Tegelijkertijd maken de uitdagingen rond netcongestie duidelijk dat keuzes over onze toekomstige energievoorziening steeds meer in samenhang moeten worden gemaakt. Daarbij hoort ook een volwaardige blik op warmte. Geothermie kan een bijdrage leveren aan een betrouwbare en duurzame warmtevoorziening voor woningen, glastuinbouw en industrie. Om dat potentieel te benutten, zijn langjarige investeringszekerheid, passende infrastructuur, voorspelbare procedures en samenwerking tussen overheden, warmtebedrijven, afnemers en financiers van belang. Want de warmtetransitie ontstaat niet alleen op papier. Die moet ook worden gerealiseerd.


